www.archive-nl-2014.com » NL » A » ANTIEK-ENCYCLOPEDIE

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".

    Archived pages: 115 . Archive date: 2014-10.

  • Title: Antiek Encyclopedie | Het informatiepunt voor de antiekliefhebber.
    Descriptive info: .. Hoofdpagina.. |.. Artikelindex.. Webshop.. Antiek-Encyclopedie.. nl: Het informatiepunt voor de antiekliefhebber.. Klik hier voor.. handige tips links.. Navigatie balk.. Ouderdomscriterium.. Stijloverzicht.. Tijdsbalk.. Boeken over antiek.. Klik hier voor de.. mooiste cultuur/historie.. reizen.. Meubelen.. Porselein.. Aardewerk/Steengoed.. Goud/Zilver.. Brons/Koper/IJzer.. Tin.. Glas/Kristal.. Klokken/horloges.. Sieraden/emailwerk.. Oosterse tapijten.. Diversen.. mooie renaissance posters.. Wetenswaardigheden.. :.. Noppenglas.. Camee.. Lantaarnklok.. Beenglas.. Knol.. Hobbeinkleden.. Pa Hsien.. Engelmerk.. Pa pao.. Boulle-techniek.. K'ang Hsi.. Bandfineer.. Meer wetenswaardigheden.. Nieuwe artikelen.. 28-10-2008:.. Tilt-top tafel.. met waarde.. 08-10-2008:.. Boekenmolen.. 01-08-2008:.. Stoelklok.. met waardeaanduiding.. 01-06-2008:.. Intarsia.. 15-03-2008:.. Bureau.. 16-02-2008:.. Drentse stoelklok.. 02-01-2008:.. Rubriek Diversen.. 09-12-2007:.. Molenbeker.. 06-11-2007:.. Jaarletter (goud & zilver).. 31-10-2007:.. Rubriek Oosterse tapijten.. 15-10-2007:.. Ladenkast.. waardeaanduiding.. 02-10-2007:.. Kabinet.. 27-09-2007:.. Rochus.. Meer Nieuwe artikelen.. Wat is antiek waard:.. Pagina's met prijs indicatie.. De  ...   van Bureaus.. De antiek waarde van Friese klokken.. De antiek waarde van Stoelklokken.. De antiek waarde van Comtoise klokken.. Industrieel vintage tafels.. dt-69.. nl.. Advertententies.. Antieke Tafels.. Welkom op de Antiek-Encyclopedie.. Deze site is in aanbouw.. De hieronder genoemde rubrieken zijn on line.. A.. -.. B.. C.. D.. E.. F.. G.. H.. I.. J.. K.. L.. M.. N.. O.. P.. Q.. R.. S.. T.. U.. V.. W.. X.. Y.. Z.. Aardewerk-Steengoed.. Goud Zilver.. Brons-Koper-IJzer.. Glas.. Klokken Horloges.. Sieraden & emailwerk.. Oosterse tapijten.. Boekenwinkel.. Koop hier het fraaie boek:.. De grote geillustreerde antiek encyclopedie.. -.. TIP: Koop nu dit boek 2de hands.. Beoordeling: Antiek-Encyclopedie.. Antiek Encyclopedie.. Klik hier om alle boeken over antiek te bekijken.. Visie.. Disclaimer.. Bronvermelding.. Contact.. 2006-2013 Antiek-Encyclopedie..

    Original link path: /
    Open archive

  • Title: Antiek Encyclopedie - Artikelindex
    Descriptive info: U bevindt zich hier:.. Home.. Goud Zilver.. Klokken Horloges.. Het Nederlands Antiekboek.. ten Kate.. Tussen Kunst & Kitsch.. Klokken | Meubelen | Porselein | Zilver/Goud | Glas | Enz.. 2006-2010 Antiek-Encyclopedie..

    Original link path: /Artikelindex.htm
    Open archive

  • Title: Antiek Encyclopedie - Ouderdomscriterium
    Descriptive info: Hoe wordt bepaald of iets antiek is of niet?.. Ten eerste moet het voorwerp een zekere ouderdom bezitten.. Doorgaans wordt daarbij uitgegaan van een leeftijd van minstens honderd jaar.. In bepaalde gevallen is een voorwerp pas antiek wanneer het 125 of zelfs 150 jaar oud is.. Ten tweede moet het door mensenhand gemaakt zijn en niet door een machine.. Met betrekking tot het hanteren van het tweede criterium is een kanttekening te maken.. In de tweede helft van de negentiende eeuw begon de bedrijfsmachine op volle toeren te draaien.. De ambachten bleven natuurlijk gewoon bestaan, maar de machine werd ingeschakeld waar dat maar mogelijk was.. Bijvoorbeeld bij het fabriceren van stoel- en tafelpoten; dat gebeurde zelfs al voor 1850.. Hier gaat het om produkten van (gedeeltelijke) mechanisatie.. Maar ze zijn wel antiek!.. Voor boeken geldt een minder streng criterium: zij zijn antiek wanneer ze ten minste 75 jaar oud zijn.. Boeken van recenter datum, die echter niet meer bij de uitgever leverbaar zijn, heten zeldzaam.. Bij het zogenaamd "modern antiquariaat" (of "ramsj") is er in het geheel geen ouderdomscriterium:  ...   "gotisch" meubel dat in de zeventiende eeuw gemaakt is.. In de zeventiende eeuw waren de heersende stijlen renaissance en barok, en geen gotiek.. Het meubel is als gotiek vals, maar als antiek echt, omdat het minstens drie eeuwen oud is.. En wat heet vals? Wanneer iemand een mooie zeventiende-eeuwse armstoel laat namaken voor eigen gebruik, is dat meubel dan vals of is het een mooie kopie? Vals wordt het meubel pas als het in de handel komt en bewust als authentiek en 'echt uit de tijd' verkocht wordt, terwijl het dit niet is.. Omdat het onmogelijk is alles aan te geven waarop moet worden gelet, is het raadzaam om voor de aankoop van duurdere zaken naar een betrouwbare antiquair of veiling te gaan.. SNP Cultuurreizen.. Voor reizigers die de natuur en cultuur van een land in eigen tempo willen ontdekken.. Niet enkel vanachter het raampje van een touringcar of op loodzware wandeltochten.. Veel zien en beleven, actief maar niet teveel en vooral veel vrijheid.. Groepsreizen, individueel en maatwerkopties.. Kijk verder voor verre rondreizen, themareizen, fotografiereizen, natuursafari s en arctische natuurexpedities..

    Original link path: /Ouderdomscriterium.htm
    Open archive
  •  

  • Title: Antiek Encyclopedie - Stijloverzicht
    Descriptive info: Romaans.. PERIODE: ca.. 10de-13de eeuw.. KENMERKEN: sober, zwaar, bijna uitsluitend eikenhout, zwaluwstaartverbindingen versterkt door gesmede nagels, nooit gelijmd.. MOTIEVEN: ronde bogen, aanvankelijk diep draaiwerk, later minder diepe inkepingen.. OORSPRONG EN ONTWIKKELING: beïnvloed door de klassieke, oudchristelijke en Byzantijnse kunst.. Ontwikkelde zich voornamelijk vanuit kloostercultuur in Duitsland en Engeland, waar monniken o.. a.. als meubelmaker werkzaam waren.. Gotiek.. PERIODE: 12de 16de eeuw.. KENMERKEN: zeer decoratieve stijl; gebruik van houtsnijwerk zoals briefpanelen; gebruik van inheems hout en materialen.. MOTIEVEN: spitsbogen, klaverbladen, maaswerk, rozetten, pinakels, klaverbladen.. OORSPRONG en ONTWIKKELING: vroege gotiek is ontleend aan de Romaanse bouwkunst en wordt in het midden van de 12de eeuw in Frankrijk aangetroffen; bloeide in Italië tot ca.. 1400; door gedrukte prenten verspreid vanaf ca.. 1500; in Noord-Europa en het Iberisch schiereiland tot eind 15de/ begin 16de eeuw; wedergeboorte als Neogotiek in Engeland vanaf 1740 als een licht decoratieve stijl; herintroductie in Europa (vanaf 1820) en Noord-Amerika (vanaf 1840).. Renaissance.. PERIODE: 13de 17de eeuw.. KENMERKEN: klassieke architectonische ordening; symmetrie.. MOTIEVEN: vazen, kandelaars, nimfen, mythologische en bijbelse personen, kariatiden, maskers, putti.. OORSPRONG en ONTWIKKELING: begon en bloeide in Italië, met Florence als centrum; door Italiaanse vakmensen in Frankrijk geïntroduceerd en door de rest van Noord-Europa verspreid via voorbeeldboeken.. In Engeland en de Nederlanden was de invloed het sterkst in de 17de eeuw; wedergeboorte in Italië (1840-1890), Noord-Amerika (1850-1880) en Engeland vanaf 1860.. Barok.. PERIODE: 17de tot begin 18de eeuw.. KENMERKEN: zwaar, groots en theatraal; gebeeldhouwde uitstulpende vormen; rijk houtsnijwerk en sierlijsten; rijk verguld; asymmetrisch.. MOTIEVEN: adelaars, trofeeën, putti, kariatiden, frontons, festoenen, leeuwenklauwpoten.. ONTWERPERS: Andreas Brustolon; André-Charles Boulle; Daniel Marot.. VORSTEN : Lodewijk XIV, Karel II, William en Mary.. OORSPRONG en ONTWIKKELING: ontstond in Rome, waar de stijl representatief was voor de rooms-katholieke kerk; bloeide aan het hof van Lodewijk XIV te Versailles; door hugenoten na herroeping van het Edict van Nantes(1685) naar de Nederlanden en Groot-Brittannië verspreid.. Rococo.. PERIODE: begin tot midden 18de eeuw.. KENMERKEN: licht, speels, informeel; landelijke tafereeltjes; vloeiende vormen; asymmetrie; pastelkleuren; lichtgetinte houtsoorten; ruitmotieven; licht verguld.. MOTIEVEN: bloemen, C- en S-vormige krullen, schelpen rocaille, krullen, grotesken, chinoiserieën, singerieën.. ONTWERPERS: Jean Bérain I; Juste-Aurèle Meissonnier, Nicholas Pineau.. OORSPRONG en ONTWIKKELING: in Frankrijk na de Régence (1715-1723) als een reactie op de zware vormen van de Barok; verspreid naar Duitsland, Oostenrijk, Groot-Brittannië en Noord-Amerika; herleefde in Europa van 1820-1860 als een reactie op de strenge Empire, en weer tussen 1880 en 1900.. Neoclassicisme.. PERIODE: midden tot einde 18de eeuw.. KENMERKEN: vormen uit de Klassieke Oudheid; rationaliteit; symmetrie.. MOTIEVEN: vazen, urnen, guilloches, meanderranden, palmmetten, korenaren, fasces, trofeeën, griffioenen, anthemions, sfinxen, lauwerkransen, klassieke architectuurordeningen.. ONTWERPERS: Robert Adams; James Athenian Stuart; Karl Friedrich Schinkel; Benjamin Henry  ...   historische stijlen; toenemende nadruk op zware versieringen en snijwerk; meubelbekleding met diepe knopen; massaproductie; nieuwe materialen; nieuwigheidjes in ontwerpen; overdreven ornamentiek.. MOTIEVEN: ontleend aan historische stijlen; motieven en elementen uit verschillende periodes, vaak samen gebruikt (Eclecticisme).. OORSPRONG en ONTWIKKELING: de Great Exhibition in Londen (1851) en latere internationale tentoonstellingen bevorderden de interesse in de historische stijlen die in heel Europa en Noord-Amerika modieus werden; een tot welstand komende burgerij en de toenemende rijkdom van de middenstand bevorderden de consumptie en de vraag naar goedkope massaproducten.. Arts and Crafts.. PERIODE: 1860-1939.. KENMERKEN: eenvoudige, traditionele, inheemse vormen; vakmanschap; met de hand gesmede metalen; zichtbare pen-en-gatverbindingen, inheems hout; doet middeleeuws aan.. MOTIEVEN: naturalistisch; versiering passend bij het ontwerp; Keltisch; Japans.. ONTWERPERS: William Morris; John Ruskin; C.. R.. Ashbee; Christopher Dresser; Elbert Hubbard; Gustav Stickley.. OORSPRONG en ONTWIKKELING: Britse stijl gebaseerd op het gedachtegoed van William Morris, die beïnvloed was door John Ruskin en A.. W.. N.. Pugin; verwerping van de overdadig versierde en slecht ontworpen Victoriaanse stijl; talrijke handwerksgilden werden gevormd; filosofie verspreidde zich over Europa en de Verenigde Staten.. Art Nouveau.. PERIODE: 1890-ca.. 1910.. KENMERKEN: vloeiende, organische, asymmetrische vormen; gestileerd Naturalisme; Symbolisme; exotische houtsoorten, marquetrie.. MOTIEVEN: zweepslag; planten en bloemen; insecten; vrouwen met lange, vloeiende lokken en doorschijnende kleding.. ONTWERPERS: Victor Horta; Emile Gallé; Louis Majorelle; Hector Guimard; René Lalique; Louis Comfort Tiffany.. OORSPRONG en ONTWIKKELING : naam is ontleend aan La Maison de l Art Nouveau van Samuel Bing te Parijs; beïnvloed door Arts en Crafts, Japanse kunst en Horta s ontwerpen in België; stijl verspreidde zich vooral naar Engeland, Italië, Spanje, Duitsland, Oostenrijk en de Verenigde Staten; herontdekt in de jaren zestig.. Art Deco.. 1918-1940.. KENMERKEN: gestroomlijnde gestileerde vormen gebaseerd op machines en abstracte kunst; heldere uitgesproken kleuren beïnvloed door Kubisme en Futurisme; elementen van Afrikaanse kunst, Egyptische kunst (na opening graf van Toetanchamon in 1922); kunstmatige materialen als verchroomd staal en bakeliet.. MOTIEVEN: modieuze dames, chevrons, zigzagpatronen, zonnen, bliksemschichten, abstracte geometrische patronen.. ONTWERPERS: Jacques-Emile Ruhlman; Clarice Cliff; Donald Deskey.. OORSPRONG en ONTWIKKELING : ontstaan in Frankrijk; vroege decoratieve en luxueuze stijl ontwikkelde zich tot de Moderne Beweging, die afstand nam van het ornament.. Naoorlogs Design.. PERIODE: vanaf ca.. 1945.. KENMERKEN: organische, biomorfische, asymmetrische vormen; niet natuurlijke materialen: gebogen multiplex, plastics, glasvezel, pvc, synthetische vezels; sterke, heldere kleuren; massaproductie.. MOTIEVEN: abstracte motieven uit de wereld van de wetenschap, zoals atomaire en moleculaire structuren; film- en tekenfilmpersonages.. ONTWERPERS: Ettore Scottsass; Charles Eames; Piero Fornasetti; Verner Panton; Arne Jacobsen; Eero Saarinen.. OORSPRONG en ONTWIKKELING : tijdens WO II ontwikkelde nieuwe technieken en materialen lieten nieuwe vormen en constructiemogelijkheden toe ; massaproductie bevorderde wegwerpconsumptiegoederen en snelle reacties op veranderende stijlen..

    Original link path: /stijloverzicht.htm
    Open archive

  • Title: Antiek Encyclopedie - Tijdsbalk
    Descriptive info: Data.. Nederland.. Italië.. Engeland.. Frankrijk.. Duitsland.. Algemene.. Stijlen.. 1000.. 1200.. 1300.. 1400.. 1500.. 1600.. 1620.. 1640.. 1660.. 1680.. 1700.. 1720.. 1740.. 1760.. 1780.. 1800.. 1810.. 1820.. 1830.. 1840.. 1850.. 1860.. 1870.. 1880.. 1890.. (ca 1250-1550).. Vroeg.. (ca 1500-1600).. Hoog.. (ca 1600-1650).. (ca 1650-1750).. Neo.. Classicisme.. (ca 1750-1800).. Empire.. (ca 1800-1815).. Romantiek.. (ca 1830-1890).. (ca 1200-1300).. (ca 1300-1500).. (ca 1600-1750).. (ca 1200-1550).. (ca 1720-1800).. (ca 1800-1830).. (ca 1830-1900).. (ca 1600-1700).. (ca 1695-1760).. (ca 1760-1790).. (ca 1760-1800).. +.. Biedermeier.. (ca 1815-1890).. (ca 1000-1250).. (ca 1200-1600).. (ca 1300-1650).. (ca 1620-1700).. (ca 1755-1805)..

    Original link path: /tijdsbalk.htm
    Open archive

  • Title: Antiek Encyclopedie | Boeken over antiek en kunst | Ook 2de hands
    Descriptive info: Boeken over antiek.. Boeken winkel.. nl heeft een selectie van boeken over antiek gemaakt die de moeite waard zijn om aan te schaffen.. Wij hebben de boeken voor u in de volgende categorieën ingedeeld:.. antiek algemeen.. antieke meubelen.. antieke klokken.. antiek porselein.. antiek zilver.. Koop hier uw boeken over antiek.. Boek: antiek algemeen.. Onschatbare waarde.. Bert Bakker & J.. Bosch van Rosenthal.. Kunst- en Antiekveiling / 31 2006 / druk 1.. Reinold Stuurman & J.. Stuurman.. Kunst- en antiekveiling.. Stuurman & Reinold Stuurman.. Antiek.. P.. Glerum.. Kijk op antiek.. Eric Knowles.. Kijk hier voor nog meer boeken over antiek.. Ook 2de hands boeken!!.. Boek: antieke meubelen.. Nederlandse meubelen.. C.. H.. Hofstede.. Miller.. Wonen in de Gouden Eeuw.. J.. Baarsen.. Het Nederlandse Meubel Boek 1550-1950.. Zeventiende-eeuwse kabinetten in het Rijksmuseum (ned).. Het Nederlandse interieur in beeld 1600-1900.. Actie prijs.. Meubels in Nederland 1840-1900.. M.. van Voorst tot Voorst.. Hofmeubilair.. Rem & P.. Rem.. Antieke meubelen.. Tim Forrest.. Duitse meubelen = German furniture.. Meubelmagie.. Foucquaert &  ...   van de Kamp.. Klokken en horloges.. Schindler.. Antique British Clocks.. Brian Loomes.. Collector's Dictionary of Clocks and Watches.. Eric Burton.. Longcase Clocks.. Joanna Greenlaw.. Kijk hier voor meer boeken over antieke klokken.. Ook 2e hands boeken!.. Boek: antiek porselein.. Meissen Porcelain / druk 1.. den Blauwen & Rijksmuseum.. Haags porselein / druk 1.. Constance L.. Scholten.. Loosdrechts porselein / 1774-1784.. De haas en de maan.. Menno Fitski.. Het arcanum.. Janet Gleeson.. Antiek porcelein en zilver.. Frederic Faber (1782-1844) / druk 1.. G.. Quarles van Ufford.. De koninklijke dierentuin.. Samuel Wittwer.. Miller's Ceramics Buyer's Guide.. John Sandon.. Porcelain.. Gordon Lang.. Meissen Porcelain.. Susan Harran & Jim Harran.. Worcester Porcelain.. Kijk hier voor meer boeken over antiek porselein.. Boek: antiek zilver.. Dutch goldsmiths' and silversmiths' marks and names prior to 1812 / druk 1.. A.. Citroen & Karel Citroen.. Nederlands klein zilver en schepwerk.. Wttewaall.. Goud- en zilvermerken van Voet.. B.. Gans.. Zilverlexicon.. Luijt & Luijt, J.. -J.. Kijk hier voor meer boeken over antiek zilver..

    Original link path: /boeken-over-antiek.htm
    Open archive

  • Title: Antiek Encyclopedie - antieke meubelen
    Descriptive info: Van der Steen Antiquairs.. Specialisme: 17-, 18- en 19e.. eeuws antieke meubelen.. Hollands en Engels Antiek.. www.. vandersteen.. info.. Echtantiek.. Uitsluitend echt antiek.. Originaliteit gegarandeerd.. Betrouwbaar en doeltreffend.. echtantiek.. De mooiste selectie boeken.. met veel informatie over antieke.. meubelen koopt u hier!!.. antiek-encyclopedie.. Naar alfabetisch gedeelte.. Inleiding meubelen.. De oudheid.. De middeleeuwen.. Engeland in deze periode.. Regence - Frankrijk.. Historisch overzicht:.. Een reusachtig complex van kunstwerken uit de oudheid getuigt van een grote rijkdom aan vormen, zowel in de monumentale kunst als in de kunstnijverheid.. Niet alleen de enkele bewaard gebleven meubelstukken, maar ook de afbeeldingen ervan op schilderingen en textiel vormen het bewijs dat de oudheid alle grondvormen van het meubilair als stoel, tafel en kist kende.. Grondvormen die in de.. renaissance.. verder werden uitgewerkt en in velerlei typen vervaardigd.. In de oudheid wist men de meubels al rijk en overvloedig te versieren met inlegwerk van hout, metaal, majolica en edelstenen.. Een dergelijk uitvoerige bewerking als in die tijd komen wij pas in de 18e eeuw weer tegen.. De voor-Griekse culturen (het oude Egypte en Mesopotamië) kenden krukjes, driepotige.. schemels.. , stoelen en leunstoelen, verscheidene varianten van kleine tafels met één tot vier poten (klaptafels, speeltafeltjes), bedden (schaarser), luxueuze ligstoelen, kisten, alsmede grote en kleine kasten.. De gebruikelijke materialen (b.. v.. voor het Egyptische luxe-meubel, dat met edelmetalen beslagen en met majolica en glas versierd was) waren verschillende houtsoorten en riet, palmbladeren, pezen, leer enz.. Een doelbewust streven om het meubel een functionele en comfortabele vorm en een esthetisch uiterlijk te geven, wordt het eerst in het oude Griekenland zichtbaar.. Naast stoelen, tafeltjes en kisten van uiteenlopende formaten maakte men daar lichte, makkelijk verplaatsbare bedden, damesligstoelen met hoge leuning, die op.. klauwpoten.. of zwanen rustten en met acanthussen, metopen, meanders,.. ei-.. en.. parellijsten.. versierd waren.. Metaal werd in het algemeen pas in het oude Rome gebruikt.. De verschillend gevormde, merendeels ronde tafels hadden daar meestal.. Voor grote tafels ontwikkelde de Helleens - Romeinse cultuur plastische wangen in de vorm van chimaeren, leeuwen met acanthussen en reliëfs.. Bewaard gebleven zijn bronzen stoelen, klapstoelen en kleine tafels.. Men kende ook al kasten met planken.. De gehele Griekse kunst werd een belangrijke inspiratiebron voor de latere Europese meubelvervaardiging in de.. en het Neoclassicisme.. De middeleeuwen.. Tot ver in de 14de eeuw stond het meubel buiten de eigenlijke stijlontwikkeling van de.. gotiek.. De middeleeuwse cultuur wortelde van oudsher in de kloosters en in dat milieu stonden aardse goederen zoals meubelen laag op de culturele ladder.. Zo was het mogelijk dat het meubel nog steeds een eenvoudig timmermansproduct was , terwijl de kerkbouw al lang een perfectie en een verfijning had bereikt waarbij men met recht mag spreken van kantwerk in steen.. De kisten en banken waren altijd oersolide en loodzwaar geweest.. Daar was ook niets op tegen, want het opstellen van een meubel met vier poten was op de oneffen lemen of betegelde vloeren een verrichting die de nodige zorg vereiste.. Verplaatsbare meubelen waren in de regel voorzien van drie poten.. De schragentafel was zo n meubel.. Het kwam alleen voor de dag bij de maaltijd en bestond uit een tamelijk smal schot dat op losse, driepotige schragen werd gelegd.. Een kleiner model tafel op zo n schraag was de schyve, een rond blad dat kantelbaar aan de driepoot was bevestigd.. Van de schyve is onze bekende Achterhoekse of Gelderse tafel een lijnrechte afstammeling, zoals de.. Drentse of Twentse kist.. regelrecht teruggaat op de zware.. bahut.. uit de vroege middeleeuwen.. Een andere lichte driepoot was de.. schemel.. Dit zitmeubel kwam echter niet uit de werkplaats van de timmerman, maar van de stoelendraaier.. Het einde van de middeleeuwen kondigde zich aan toen de steden sterk en machtig begonnen te worden.. De stedeling werd welvarend en begon eisen te stellen, ook op het gebied van zijn meubilair.. De timmerlieden stonden voor de opgave enige eeuwen achterstand in te halen en kozen natuurlijk de sacrale architectuur als uitgangspunt.. In hun streven naar een lichter, sierlijker meubel was de techniek hen behulpzaam door twee belangrijke uitvindingen: de houtzaagmolen en de profielschaaf.. Door de eerste vinding kon men beschikken over dunnere planken, de tweede verschafte de mogelijkheid om af te rekenen met grote, onbewerkte vlakken.. Een nieuw constructieprincipe, afgeleid van de skeletbouw in de architectuur werd het.. vergaarwerk.. waarbij een geraamte van.. stijlen en regels.. werd opgevuld met dunne panelen.. Vooral de kistvorm leent zich hiervoor ten zeerste en het is dan ook de kist die het uitgangspunt vormt van tal van nieuwe typen meubelen, zoals de kistbank en de kiststoel (beide.. zittekist.. genoemd), de kisttafel (.. Kastentisch.. betaaltafel.. ), en vooral kastmeubelen zoals de.. credens.. , het.. dressoir.. en het buffet.. Omstreeks 1400 begonnen de beoefenaren van de nieuwe kunstvorm zich los te maken van het gilde van timmerlieden en in alle landen waar zich deze verandering voltrok werd in de naam van het nieuwe gilde steevast de kistenmakerij beklemtoond: in Nederland sprak men van.. kistenmaker.. of schrijnwerker.. In Duitsland van Schreiner, Kistner of Kästner, in Frankrijk van Huchiermenuisier (huche betekent kist, het Latijnse minutaire het maken van fijn, dun werk), in Italië van cassaio.. In dit land bouwde men weliswaar niet volgens de opvattingen van de gotiek maar van de.. ; de Italiaanse.. credenza.. ,.. cassone.. cassapanca.. reflecteren toch dezelfde culturele verandering als bij ons.. Engeland in deze periode.. Wat van deze veranderingen doordrong naar Engeland was te weinig om er eenzelfde beweging te doen ontstaan.. Nog tot halverwege de 17de eeuw bleef daar het meubelmaken in handen van de joiner (timmerman) en toen deze zijn monopolie moest overdragen aan geïmporteerde vaklieden van het vasteland was niet meer de kist maar het.. kabinet.. de grote mode van het ogenblik.. Vandaar dat het Engelse equivalent voor schrijnwerker cabinet-maker is geworden en niet shrine-maker of zo iets.. Vandaar ook dat men in Engeland nauwelijks kan spreken van een.. gotische.. of een.. -meubelkunst.. Wat van deze stijlen in de Engelse meubelvormen werd opgenomen is vaak teveel doordrongen met restanten van vroegere tradities, zodat de namen van de contemporaine koningshuizen hier beter op hun plaats zijn.. Tot aan het begin van de.. Restoration.. in 1660 (troonbestijging van de Frans-georiënteerde Karel II) spreekt men van de.. Age of Oak.. , vanwege de voorliefde voor het middeleeuwse.. eikenhout.. Onderdelen daarvan zijn het.. Tudor.. (1485-1558), het.. Elisabethan.. (1558-1602), het.. Jacobean.. (1603-1649) en het.. Commonwealth.. (1649-1660).. Het gebruik om de namen van regerende vorsten te verbinden met een kunststijl is ontstaan in Frankrijk, waar Frans I, een groot aanhanger van de.. , de eerste koning was die zijn initiaal liet opnemen in de decoratie van de zalen die hij door Italiaanse kunstenaars liet ontwerpen.. Zij stichtten de school van Fontainebleau die tot in Nederland haar invloed deed gelden.. Eikenhout.. was niet altijd en overal de toonaangevende houtsoort.. In Italië was.. notenhout.. het meest gezocht en in Midden-Europa en Scandinavië werden vooral naaldhoutsoorten toegepast.. De renaissance begon tegen het einde van de 15de eeuw buiten Italië door te dringen.. De overgang van.. naar renaissance vertoonde overal hetzelfde patroon.. In de eerst helft van de 16de eeuw voltrekt de renaissance zich hoofdzakelijk aan de ornamentiek; pas daarna maken de oude,.. meubelvormen plaats  ...   ontstond in Nederland de.. bloemenmarqueterie.. oestermarqueterie.. Een grote verbreiding kreeg ook het op het belijmen met geometrische stukjes fineer gebaseerde.. jeux de fond.. , waarbij het contrast tussen lichte en donkere houtsoorten vaak werd benut voor het verkrijgen van een plastisch effect, zoals bij het blokparket (.. Würfelmarketerie.. Een typisch Nederlandse exponent van het.. is het.. sterrenkabinet.. Engelse varianten zijn de.. seaweed marquetry.. , een verfijnd soort.. , en de.. stro-marqueterie.. , waarbij opengesneden strohalmen werden verwerkt.. Engeland was met de Restoration onder Karel II de.. Age of Walnut.. ingegaan die pas in 1750 plaats zou maken voor de.. Age of Mahogany.. In dit tijdperk werd allereerst de enorme afstand met de continentale stijlen overbrugd.. Tijdens de regeringsperiode van onze koning-stadhouder Willem III was hier de invloed van de hugenoot Daniel Marot zeer sterk.. William and Mary.. duurde tot kort na 1700.. Met het nu volgende.. Queen Anne.. wordt de weg ingeslagen naar een zuiver Engelse stijlontwikkeling.. Hoewel de Franse stijlinvloeden er wel degelijk in meespreken zijn de meubelen van de Georgean period (1702-1810) in zoveel opzichten daarvan verschillend, dat terecht de namen van prominente cabinet-makers worden gebezigd.. De stijl van.. Chippendale.. toont verwantschap met het gelijktijdige.. rococo.. , terwijl de stijlen van Adam,.. Hepplewhite.. Sheraton.. de invloeden van het.. classicisme.. ondergaan.. De Engelse taal is de enige die een duidelijk onderscheid maakt tussen het.. van de.. en dat van de tweede helft van de 18de eeuw, dat hier neo-classicisme heet.. Onder de Engelse streekmeubelen van de 18de eeuw vormt het.. Windsor.. furniture een klasse apart.. Régence - Frankrijk.. In de Franse.. treedt na 1700 een proces op in de vormgeving waarbij de steeds zwaardere.. voluut.. krullen zich lijken te ontspannen, en ornamenten en meubel in één contour worden samengevat.. Dit proces wordt karakteristiek voor de meubelvormen van het Régence (1715-1723).. In deze periode is de statigheid van de.. Lous XIV-stijl.. geweken voor een luchtiger levenstrant.. Er ontstaat nu meer verwantschap tussen de vormen van zitmeubels en tafels en die van bergmeubelen.. Het beeldhouwwerk staat niet langer vrij en op zichzelf, maar wordt langs de gebogen contouren geleid.. De meubelen worden lager en eleganter, maar hebben nog X- of H-vormige.. tussen de poten.. Naast de bekende.. marqueterietechnieken.. wordt ook het aantal in laktechniek uitgevoerde bergmeubelen talrijker.. Een opvallende aanwinst is de lade, een element dat spoedig bij geen bergmeubel ontbreekt, en zelfs bij veel nieuwe tafeltypen een rol gaat spelen.. De meest karakteristieke ladenkast wordt de.. Door de overvloedige toepassing van.. ontstaat de behoefte aan meubelbeslag ter bescherming van de kwetsbare hoeken.. Hierdoor ontstaat een boeiende samenwerking tussen de marqueteur en de.. fondeur et ciseleur.. , ontwerper en gieter van.. bronze doré.. , verguld brons.. De nieuwe smaak heeft zich aangediend als de.. goût pittoresque.. , de schilderachtige mode.. Zij ontwikkelt zich onder de regering van.. Lodewijk XV.. , en wordt in de kunstgeschiedenis naar deze.. Louis XV.. genoemd, na 1830 ook.. een typische hofstijl was, is het.. een salonstijl waarbij het kleinere, elegante en comfortabele vertrek centraal staat.. Meubelen en wanddecoratie worden opgenomen in een vloeiend lijnenspel.. Voor groot en geprononceerd beeldhouwwerk is geen plaats meer; het meubel is nu geheel met de siervorm versmolten.. Het in brons gegoten ornament rankt in losse krullen over de gewelfde vlakken, waarbij de scheidslijn tussen beweegbare en statische onderdelen wordt verwaarloosd.. De symmetrie wordt doorbroken door asymmetrische krullen en kuiven in de middenas.. In de dessins worden vaak Chinese motieven verwerkt (.. chinoiserie.. Lage en gerieflijke zitmeubelen met beklede, rondom aansluitende rugleuningen als de.. fauteuil à cabriolet.. bergère.. zijn in de mode.. Het wordt bon ton om zich in halfliggende houding te vertonen, zodat.. rustbedden.. in allerlei vormen in het interieur verschijnen, o.. m.. de.. chaise longue.. duchesse.. veilleuse.. Classicisme.. Na het midden van de 18de eeuw ontstaat naast het.. een stroming die zich heroriënteert op de antieke cultuur (classicisme).. Deze keer blijft het niet bij een spel met antieke motieven, zoals in de.. , maar men verdiept zich met wetenschappelijke ernst in de antieke cultuur als geheel: de kunstgeschiedenis wordt geboren.. Tot 1770 ontwikkelen beide stromingen zich evenwijdig en manifesteert zich het classicisme hoofdzakelijk in de ornamentiek.. Daarna wordt de bochtige vormbehandeling, die inmiddels een steeds ijler karakter aanneemt, verdrongen door een streng gelede, rechthoekige opbouw.. Deze overgangsperiode wordt in Duitsland wel.. Zopfstil.. genoemd, naar de heersende pruikenmode.. In de eigenlijke.. Louis XVI-stijl.. (1774-1793) krijgen de stoelpoten de vorm van naar onderen dunner wordende zuiltjes met.. cannelures.. De geest van deze tijd niet vrij van een zekere kleinburgerlijkheid verraadt zich in een voorliefde tot fragiel, popperig meubilair, met een onverwacht groot aantal vernuftig bewegende schuifjes en vakjes (.. combinatiemeubelen.. Geheel in de smaak van deze tijd is ook de versiering met porseleinen plaquettes.. , nog veel toegepast tijdens de overgangsperiode, wordt steeds eenvoudiger en verdwijnt tenslotte geheel.. Onder de fijne houtsoorten die voor fineer gebruikt worden, komt het.. mahonie.. steeds meer in de mode.. Tijdens het.. Directoire.. Consulat.. werden de classicistische tendensen nog versterkt, zij het dat alles werd vermeden wat aan het koningshuis herinnerde.. Tussen 1800 en 1820 zijn twee factoren van doorslaggevend belang: de opheffing van de gilden tussen 1795 en 1798 waardoor de industrie alle vrijheid krijgt en de onderwerping van de kunst aan de cesaren-dictatuur van Napoleon.. Deze stijl, meer gegrond op bestudering van de antieken dan ooit, bant alle lichtheid uit.. Het bergmeubel krijgt het uiterlijk van een massief blok.. Het accent valt op goede verhouding en verzorgde afwerking.. De zitmeubelen zijn stijf en recht, met vierkante zitting, de achterste poten sterk gebogen.. mahoniehout.. verdringt nu alle andere houtsoorten.. Was de 18de eeuw de eeuw van de "Verlichting", de 19de eeuw werd de eeuw van de "Vooruitgang".. Men streefde naar het "oneindige" en zocht dat in verre oorden of vervlogen tijden, vooral de.. Middeleeuwen.. De macht van de adel was gebroken, de burger begon eisen te stellen en zijn eigen stijl te ontwikkelen.. De tijd van de machine en de fabrieksarbeider brak aan en dat betekende het einde van een tijdperk.. Vanaf ca.. 1830 ging het bergafwaarts met de Europese meubelkunst: door het verlangen naar vroeger tijden ontstonden de.. neostijlen.. , fabrieksimitaties van oude stijlen.. Het was voor het eerst dat de burger de stijl bepaalde en hij koos voor "rijk", "gezellig", "krullerig" meubilair.. Het Duitse Biedermeier, dat zich ook in Nederland manifesteert (ca.. 1830-1850), behoort tot de laatste resten van afstervende stijltradities, waarin een enkele spitsboog of driepas eraan herinnert dat in Engeland de eerste.. revival.. style was ontstaan (.. neogotiek.. Na de onrust van de Napoleontische tijd ontstond door behoefte aan rust, comfort en gezelligheid de huiskamerstijl van de burger.. In het begin volgde men het.. empire.. voorbeeld, in soberder vorm en zonder applicaties, waardoor een burgerlijk, maar charmant karakter ontstond.. Al snel werden ook andere vormen toegepast en kasten,.. commodes.. en secretaires verloren hun massieve vormen.. Aanvankelijk was het biedermeier-meubilair recht, licht en sober.. Later werd het grof en krullerig.. De gebruikte houtsoort was over het algemeen.. , maar ook berken,- essen-, peren-, en kersenhout werden toegepast.. Sentimentele beeldjes in porselein, papier-maché en gietijzer beïnvloedden de meubelindustrie: de productie van gietijzeren en papiermaché meubels kwam op.. Meubelen alfabetisch gedeelte..

    Original link path: /categorieen/meubelen/meubelen.htm
    Open archive

  • Title: Antiek Encyclopedie - Antiek Porselein
    Descriptive info: Antiek porselein.. Inleiding porselein.. Oorsprong en techniek.. Grondstof.. Decoratie.. Chinese periode.. Dynastiën.. Han-periode / T ang-tijd.. Ming-periode.. Kraakporselein.. Overgangsporselein / VOC.. Chine de commande.. K ang-Hsi / familie indeling.. Yung-Chêng / Ch ien-Lung.. Celadon.. Einde Chinees porselein.. Japans.. Japanse porselein.. Europees.. Surrogaat- / pâte tendre.. Pâte dure.. Duitsl.. /Frankrijk 18de eeuw.. Biscuitporselein.. Britse periode.. Overdruktechniek.. Britse periode 19de eeuw.. Clobbered ware.. Nederlands porselein.. Haags porselein.. Belgisch porselein.. Porselein is een Chinese vinding.. Het is een keramisch product dat zijn naam dankt aan de beschrijving die de Venetiaanse ontdekkingsreiziger Marco Polo er in 1295 van gaf: het is glad, hard en doorzichtig als het huisje van de porcella of zwijntje (naam van een zeeslak).. Het product onderscheidt zich van aardewerk door de hardheid en de ondoorlaatbaarheid.. De witte scherf - de keramische materie - vertoont een schelpvormig, glad breukvlak.. Het is halfdoorschijnend en heeft een heldere klank.. Het glazuur is volledig met de ondergrond versmolten zodat losspringen uitgesloten is; wel kan het een netwerk van haarbarstjes (craquelé) vertonen als gevolg van de verschillende krimp van onder- en toplaag.. De grondstof is porseleinaarde of.. kaolien.. , zo genoemd naar de Kao-ling, een heuvelrug bij het porseleincentrum.. Ch ing-tê-Chên.. Het is een kalium aluminiumsilicaat, dat als verweringsproduct van veldspaathoudende rotsen werd gedolven.. Het glazuur is petuntse, Chinees voor steentjes ; stukjes veldspaat werden fijngestampt en vermengd met.. en smeltmiddelen als kalk en potas.. De voorwerpen werden meestal op het wiel gevormd.. Oren, tuiten en andere onregelmatig gevormde delen werden in drukvormen geperst en met.. bevestigd.. De gedroogde maaksels werden gebakken in een temperatuur van ca.. 900 °C, geglazuurd en vervolgens gebakken in het hoogvuur of.. grand feu.. , bij een temperatuur tussen 1300 en 1400 °C.. De grondstoffen begonnen dan te sinteren; zodanig te gloeien dat ze met elkaar versmolten.. Het product noemt men.. pâte dure.. of echt porselein.. Om te voorkomen dat de op elkaar gestapelde voorwerpen aan elkaar bakten, werden ze door proenen gescheiden gehouden.. Dit waren vuurvaste driehoekjes met punten.. Vaak zijn de drie putjes te zien die de proenen in het glazuur achterlieten.. Voor de decoratie gebruikte men.. onderglazuur.. opglazuurkleuren.. In het eerste geval spreekt men ook van.. hoogvuurkleuren.. , in het tweede gebruikt men ook wel de termen bovenglazuur, laagvuur-, moffel- of emailkleuren.. gamma is uiterst beperkt omdat de meeste metaaloxiden bij deze temperaturen verbranden.. Slechts twee kleuren, het blauw van kobaltoxide en het rood van koper- of ijzeroxide waren bestand tegen de hitte van het.. , en konden daardoor worden aangebracht voordat het voorwerp werd blootgesteld aan de glazuurbrand.. Het resultaat is een volledige versmelting met de omringende lagen, waardoor de tekening echter enigszins vervloeit.. Een rijker palet bood de.. opglazuurtechniek.. , waarbij, doordat de glazuurbrand hier al had plaatsgevonden, kon worden gewerkt met emailkleuren.. Emailkleuren bestaan uit oxiden vermengd met een loodhoudend smeltmiddel; deze worden in de moffeloven op het glazuur vastgebakken bij een temperatuur van 600-700°C.. Omdat hierbij geen sintering plaatsvindt, mist de kleur de glans van de glazuurlaag.. De tekening die nu niet is vervloeid en vaak enig reliëf vertoont, is echter gevoelig voor slijtage.. Een tussenvorm is het émail sur.. biscuit.. Hier werd de kleur rechtstreeks aangebracht op het.. , dwz.. op de ongeglazuurde, bij een temperatuur van 900°C gebakken materie.. Men onderscheidt Chinees porselein naar de dynastieën: T ang (618-907), Sung (960-1279), Yüan (1279-1368),.. Ming.. (1368-1644) en.. Ch ing.. (1644-1908).. Tijdens de.. -perioden maakt men bovendien onderscheid naar de in totaal 20 keizers.. Chinees porselein van de.. -dynastieën is vaak gemerkt met de.. nien-hao.. , het regeringsmerk van de heersende keizer,.. Nien-hao s.. zijn bekend van Hung Wu (1368) tot en met Hsüan Tung (1912), in totaal 21.. De Chinese keramiektraditie is zeer oud: ruim 4000 jaar.. In de Han-periode (206 v.. Chr.. 220 na Chr.. ) maakte men al een harde keramiek die men portoporselein noemt.. Echt porselein stamt uit de T ang-tijd.. Toen begon ook de uitvoer van keramiek naar het Midden-Oosten.. Tijdens de Sung-keizers verrezen de porseleinfabrieken bij tientallen.. De decoraties waren monochroom (éénkleurig) kobaltblauw en koperrood.. Men experimenteerde met emailkleuren.. De Ming-periode bracht een hoogtepunt in de porseleinkunst, met.. in het noorden van Kiangsi als centrum.. Deze stad lag gunstig aan de rivier Pei-ho, te midden van overvloedige vindplaatsen van grondstoffen.. De eerste keizerlijke porseleinfabrieken werden er gesticht door Yung-Lo (1403-1424).. In zijn glorietijd zou de stad een miljoen inwoners hebben geteld.. Porselein met kobaltblauw en koperrood onderglazuurdecor bleef het voornaamste product.. Daarnaast vervaardigde men polychroom.. émail sur biscuit.. en porselein met bovenglazuurkleuren.. Men ontwikkelde de drie- en vijfkleurentechnieken (.. san ts ai.. wu ts ai.. Het exportporselein verschilde in vorm en decoratie van dat voor de eigen markt.. Het omvatte allerlei kruiken, schenkkannen, kommen, schalen en schotels, waaronder meer specifieke vormen als de mei-ping, kalebasfles, klapmuts en gendi.. De decoraties bestonden uit draken, het Drie-vrienden-motief, de fêng-huang, lotusbloemen en -bladeren, pioenen, chrysanten, lelies en bloemtakjes.. In 1517 bereikten Portugese kooplieden de stad Kanton.. Zij troffen in het Chinese porselein een bijzonder veelbelovend artikel; vooral het monochrome.. onderglazuurblauw.. viel in Europa in de smaak en heel wat scheepsladingen vonden in de daaropvolgende jaren in Portugese kraken hun weg naar Europa.. In 1602 maakten Hollandse kapers een dergelijk Portugees schip buit, en het porselein dat zich in de lading bevond kwam in Amsterdam op de veiling.. Het incident deed zich voor in de.. Wan-Li.. -periode (1573-1620) en het geveilde porselein behoorde tot het mooiste.. blauwwit.. De rand is ingedeeld in afwisselend brede en smalle, trapeziumvormige vlakken met daarin plantenmotieven en watervogels.. Daarna werd de spontaan aangenomen term kraakporselein gereserveerd voor het beste.. Het spreekt vanzelf dat onze in dat zelfde jaar opgerichte Oost-Indische Compagnie grote belangstelling had voor de handel op China.. In 1626 lukte het hen om een factorij te stichten op Formosa, het tegenwoordige Taiwan.. Zij bouwden er het fort Zeelandia en in 1642 wisten zij het hele eiland onder controle te krijgen.. Dat dit alles zo maar mogelijk was hield verband met de ernstige gezagscrisis die sinds de dood van keizer.. was ontstaan.. Ming-dynastie.. kwam in 1644 ten val, maar de rust keerde pas terug onder Ch ing-keizer.. K ang Hsi.. in 1662, hetzelfde jaar dat de Hollandse bezetting van Formosa werd verdreven.. Porselein uit deze periode staat bekend als overgangsporselein.. Veel van het prachtige, in normale tijden voor het keizerlijk hof geproduceerde.. Ching-tê-chên.. -porselein kwam in de export terecht, maar deze stond tussen de jaren 1644 en  ...   of resten daarvan.. Seyi.. is de naam voor Japans.. celadon.. , dat in navolging van de Chinezen sinds de 12de eeuw werd gemaakt.. Hoewel vaak zeer fraai, heeft het seyi het Chinese.. nooit in schoonheid kunnen evenaren.. Surrogaatporselein / Pâte tendre.. Al in de tweede helft van de 16de eeuw probeerden Europeanen het Chinese porselein na te maken.. Ze kenden echter niet de samenstelling van het.. , waarvan.. het onvervangbare hoofdbestanddeel vormt.. De eerste pogingen resulteerden in wat men pâte tendre ofwel surrogaatporselein noemt.. Het werd gebrand van een mengsel dat uit zand, gips, aluin, salpeter, soda en keukenzout bestond.. Het oudste pâte tendre is het.. Medici-porselein.. , dat omstreeks 1580 onder beschermheerschap van Francesco I de Medici in Florence werd vervaardigd.. Het werd in.. beschilderd.. Later werd het ook in Frankrijk gemaakt.. Ook de Engelsen namen het pâte tendre over en maakten het lange tijd.. De beschilderingen op het oud-Engelse pâte tendre zijn met het glazuur versmolten, waardoor een fraai effect ontstond.. Achter het geheim van het porselein kwam in 1708 Johann Friedrieh Böttger in.. Meissen.. , die in opdracht van August I van Saksen werkte.. Zijn eerste pâte dure leek nog op steengoed en was bruin.. Na jaren van experimenteren evenaarde hij evenwel het Oosters porselein.. Böttgers ontdekking kwam in handen van anderen, die men tegenwoordig.. arcanisten.. noemt.. Zij kenden - of beweerden te kennen - het geheim van de porseleinvervaardiging (arcanum) en probeerden dit te gelde te maken.. Ontwikkeling Duitsland / Frankrijk 18de eeuw.. Na.. (1710) ontstond er een porseleinfabriek in Wenen (1717) en tegen het midden van die eeuw werden de fabrieken van.. Höchst.. Nymphenburg.. Fürstenberg.. Frankenthal.. Ludwigsburg.. Berlijn.. opgericht.. In Frankrijk waren inmiddels.. pâte tendre.. -fabrieken ontstaan in.. Chantilly.. Vincennes.. Sèvres.. In 1753 werd.. Manufacture royale de porcelaine en in 1768, na de ontdekking van.. lagen bij Saint Yrieix, werd er ook.. gemaakt.. Franse porseleinfabrieken ontstonden in Niderviller,.. Lunéville.. Straatsburg.. , Marseille,.. Parijs.. Limoges.. Ook in andere Europese landen werden bescheiden fabrieken gesticht.. Emailkleuren werden toegepast sinds Höroldt deze omstreeks 1720 in.. introduceerde.. In 1731 werd Höroldt opgevolgd door Kändler, die zich vooral op porseleinsculptuur toelegde.. Halverwege de 18de eeuw maakte de Europese porseleindecoratie zich volkomen los van de Oosterse voorbeelden.. Duitsland en Frankrijk gaven tot in de eerste helft van de 19de eeuw de toon aan.. Van Europese oorsprong is verder het biscuitporselein; éénmaal gebakken ongeglazuurde.. met matwitte tint.. Het werd in de eerste helft van de 18de eeuw geïntroduceerd door Bachelier in.. en gebruikt voor figuren, groepen, portretplaketten, siervazen en schotels.. Ook het.. pâte-sur-pâte.. was een Europese vinding.. Deze techniek van schilderen met een halfvloeibaar wit slip op kleurig porselein werd ontwikkeld in.. Britse periode.. De porseleinhegomonie kwam uiteindelijk in Britse handen.. De oudste Engelse fabriek werd omstreeks 1745 in.. Chelsea.. gesticht, gevolgd door.. Bow.. Worchester.. Derby.. Plymouth.. Caughly.. , Liverpool en andere plaatsen.. Het Engelse porselein kent veel samenstellingen.. Globaal verdeelt men het in soft paste,.. bone china.. en soapstone of soaprock.. Soft paste is een.. van leem en gemalen glas.. Een bekende soft paste is.. ivoorporselein.. , dat in.. werd ontwikkeld en op het continent nagevolgd.. Bone china.. is.. beenderasporselein.. , een.. dat voor 40% uit.. beenderas.. bestaat en dat sinds 1800 door alle Britse fabrieken werd gemaakt.. ironstone china.. met uiterst harde scherf, dat in 1813 werd uitgevonden.. Het was zeer geschikt voor de vervaardiging van vazen en haardtegels, maar er is ook veel serviesgoed van gemaakt.. Soapstone of soaprock benadert het.. van Oosters porselein nog het meest; het werd vanaf 1748 geproduceerd.. In de tweede helft van de 18de eeuw vond John Brooks de overdruktechniek of transfer-printing uit, gebaseerd op het hechten van kopergravure-prenten op porselein.. In de moffeloven verbrandde het papier, waarbij de tekening zich vasthechtte.. De methode werd al spoedig op het continent nagevolgd.. blue and white transfer-printed ware.. uit de late 18de eeuw had patronen die op Chinese motieven waren geïnspireerd.. In de 19de eeuw werden op deze wijze vooral menselijke en dierlijke figuren, landschappen en gebouwen op porselein overgebracht.. Aan het begin van de 19de eeuw werd de overdruktechniek verbeterd in de bat-printing, waarbij werd gedrukt met klevende gom.. De afdruk werd bestoven met emailpoeder.. Britse periode 19de eeuw.. De grootste Britse keramiekcentra in de 19de eeuw waren Etruria van Josiah Wedgwood,.. Worcester.. , Staffordshire en.. Nantgarw.. Zeer Populair in die tijd was het.. lustre ware.. , porselein met brons- tot goudkleurige fonds en randen.. Het clobbered ware is porselein van vreemde makelij dat vooral in Londen,.. werd overgeschilderd.. Het betrof meest Oosters porselein, dat via de haven.. Lowestoft.. werd ingevoerd.. Ook in Nederland werd volgens dit principe gewerkt (.. Amsterdams bont.. Nederlands porselein.. Nederlands porselein werd voor het eerst in 1762 geproduceerd door graaf Gronsveld-Diepenbroick in zijn fabriek te.. Weesp.. In 1774 stichtte dominee Johannes de Mol een fabriek in.. Oud-Loosdrecht.. met als basis de inventaris van het in 1771 opgeheven.. Van het daar vervaardigde serviesgoed en siergoed is vrij veel bewaard gebleven.. Ondanks invloeden van buitenlandse voorbeelden vertonen vormgeving en beschildering een eigen karakter.. In 1782 verplaatsten schuldeisers deze fabriek naar.. Ouder-Amstel.. , dat tot 1809 het.. Amstelporselein.. leverde.. Tot 1814 werd de productie nog in Nieuwer-Amstel Voortgezet.. Tot 1800 stond dit product op technisch en artistiek hoog peil, zij het onder sterke Franse invloed.. Tussen 1776 en 1790 beheerden de Duitse porseleinhandelaar Anton Lyncker en na diens dood in 1781 zijn weduwe een fabriek in Den Haag.. Het Haags porselein werd voor een deel zelf geproduceerd, maar in belangrijke mate ook onbeschilderd uit Duitsland en.. Doornik.. ingevoerd en in Den Haag beschilderd.. Het heeft smaakvolle en zorgvuldig behandelde decors, voornamelijk in polychroom en goud.. Op de buitenplaats Rozenburg bij Den Haag stichtte in 1883 de Duitse porseleinschilder W.. Freiherr von Gudenberg een fabriek die beroemd is geworden door ragdun serviesgoed met Jugendstil-decors.. Het eerste Belgische porselein stamt uit de fabriek van.. , die in 1751 onder patronage van Maria Theresia van Oostenrijk werd gesticht.. heeft een fraaie scherf met warmgele tint.. In de 18de eeuw was de invloed van.. groot, de vormgeving echter origineel.. Van 1818 tot 1850 was De Bettignies eigenaar; toen werd veel.. gekopieerd.. Het Brussels porselein werd van 1768 tot 1780 geproduceerd in Schaarbeek door Sébastien Vaume en Pierre Verny de Villars en van 1787 tot 1803 in Etterbeek door Louis Cretté.. In 1818 stichtte Fréderic Faber in Brussel de Etablissements Louis de Meuldre, waar prachtig kunstporselein werd vervaardigd.. Porselein alfabetisch gedeelte..

    Original link path: /categorieen/porselein/porselein.htm
    Open archive

  • Title: Antiek Encyclopedie | Antiek aardewerk - steengoed
    Descriptive info: Antiek aardewerk - steengoed.. Aardewerk-steengoed.. Alfabetisch gedeelte.. Inleiding aardewerk-steengoed.. Aardewerk en steengoed.. Glazuur.. De Nederlanden.. Merken en monogrammen.. Decoraties.. Delft.. Gouda/Makkum/Arnhem.. België.. Wandtegels.. Tegeltableaus.. Frankrijk en Duitsland.. Steengoed.. Engels aardewerk.. Het keramisch product aardewerk bestaat uit gebakken klei.. Kleur, hardheid en structuur van de scherf - de keramische materie - hangen nauw samen met de al dan niet vermengde leemsoorten.. Het wordt gebrand in het middenvuur of demi-grand-feu, bij 800 tot 900°C.. De materie kan bij deze betrekkelijk lage temperatuur niet sinteren (versmelten), waardoor het breukvlak van de scherf grof, onregelmatig en korrelig is.. Aardewerk is poreus en laat vloeistoffen door.. Men kan dit verhelpen door het te smoren, waarbij in de oven rook wordt toegevoerd die de poriën vult en de scherf grijs tot zwart kleurt.. Het overtrekken met glazuur is echter gebruikelijker.. In de oven voorkomt men het aan elkaar bakken van het gestapelde goed door het te scheiden met.. , puntige vuurvaste driehoekjes.. Aardewerk wordt gevormd op het pottenbakkerswiel of in de drukvorm.. Bij de laatste methode, die sinds de vroege 18de eeuw wordt gevolgd, wordt de leemmassa in een aardewerken, gipsen, houten of stenen mal gedrukt, waarna het overtollige wordt weggesneden.. Onderdelen worden met kles of kleipasta aan elkaar bevestigd.. Het oudste in Europa toegepaste glazuur is het goudbruine.. loodglazuur.. , dat uit loodoxide en kwarts bestaat.. Het is doorschijnend, glanst en werd vaak alleen aan de binnenzijde tot over de rand aangebracht.. In de oven sloeg het.. soms op ander aardewerk neer, waardoor onbedoeld gesmeerd of.. smeerglazuur.. ontstond, een lichte, onregelmatige verglazing; in de 18de eeuw werd het wel opzettelijk veroorzaakt.. Loodglazuuraardewerk is meestal boerengoed; het wordt nog steeds gemaakt.. Bij onverglaasd aardewerk, dat rood tot geel is, spreekt men van terracotta, meestal m.. b.. t.. plastieken.. Wanneer het gaat om onverglaasd fijn wit aardewerk dat van pijpaarde of terre de pipe is vervaardigd hanteert men de term.. tinverglaasde.. aardewerk is in de achtste eeuw in het Midden-Oosten ontstaan.. Tinglazuur.. , dat wit en ondoorschijnend is, bevat als hoofdbestanddelen tin-as en kwarts; het vormt een geschikte ondergrond voor beschilderingen.. Tijdens de Moorse overheersing verspreidde het.. aardewerk zich over Spanje.. Men produceerde voornamelijk tegels en de zogenaamde.. Hispano-Moreske-keramiek.. ; vaatwerk met goudglans.. Het werd via het eiland Majorca uitgevoerd naar Italië, vanwaar het verder werd verhandeld als Majorca-goed of.. majolica.. In de 14de eeuw probeerden Florentijnse.. -handelaren het product na te maken.. Zo ontstond het.. mezza-majolica.. , waarvan het glazuur uit.. masticot.. bestond, een gesinterd mengsel van tinoxide, loodoxide, kwarts, soda en zout.. Vooral in.. Bologna.. Padua.. werd het tot in de 18de eeuw gemaakt.. De decoraties, vaak graffito s, zijn vooral volks van karakter.. Al tegen het einde van de 15de eeuw werd het.. perfect gekopieerd in de stad.. Faenza.. , door het product onverglaasd te branden, vervolgens te moffelen met.. lood.. tinglazuur.. en kleuremails, en ten slotte met.. coperta.. te overtrekken en te branden.. Dit laatste was een zeer dun laagje doorzichtig glazuur, dat diepe glans gaf aan glazuur en beschildering.. Alleen blauw email versmolt glanzend met het.. : zonder.. bleven andere kleuren mat.. Naar de stad.. werd het Italiaanse aardewerk onder de naam.. faience.. spoedig bekend door heel Europa.. Net als.. werd.. een eigennaam voor.. tinverglaasd.. aardewerk.. De voornaamste Italiaanse.. centra in de 15de en 16de eeuw waren.. Florence.. Castel-Durante.. Siena.. Cafaggiolo.. Deruta.. Gubbio.. Urbino.. Op de producten komen voornamelijk.. polychrome.. (veelkleurige) renaissance-motieven voor.. Majolica.. raakten in Nederland bekend als.. Straatsgoed.. , omdat de Straatvaarders het via de Straat van Gibraltar aanvoerden.. Hispano-Moreske.. -goed uit Valencia, met Moorse decors in fraaie kleuren, kreeg hier de naam.. Valensch werck.. In 1442 vestigden zich enige Italiaanse.. bewerkers in Antwerpen.. Ze werden gleyers genoemd en hun product gIeyerswerck.. In dit gotische milieu verloochenden de gleyers hun Italiaanse afkomst niet, want zij bleven de renaissance-ornamentiek trouw.. Zij maakten voornamelijk plavuizen, wandtegels en vaatwerk.. Antwerpen werd het aardewerkcentrum van de Nederlanden.. Aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog weken veel Antwerpse ambachtslieden, kunstenaars en kooplieden uit naar het Noorden.. Zo waaierden de gleyers uit naar Haarlem, Rotterdam, Middelburg, Amsterdam, Hoorn, Gouda,.. , Leeuwarden, Makkum en andere steden.. Ze brachten hun Italiaans-Antwerpse stijl mee.. De Noordnederlandse gleyers ontwikkelden echter spoedig een eigen stijl met meer vaderlandse motieven.. De kleuren werden sprekender dan die van het Zuidnederlandse gleyerswerck; vooral geel, paars, blauw, oranje en bruin waren in de mode.. Zuinig als de Hollanders waren, werd slechts het plat van schotels en borden met het dure.. overtrokken; voor de onderkant werd het goedkope.. gebruikt! Dergelijk aardewerk noemt men schotelgoed.. Aan de Italiaanse invloed kwam halverwege de 17de eeuw een einde.. Uit die tijd stammen.. plooischotels.. , beschilderd met een spiraalvormig bloemornament of een doorlopende randversiering van bloemen, uitgevoerd in oranje, blauw, geel en bruin.. In de 17de eeuw kreeg het Hollandse product ook een nieuwe naam:.. plateel.. Toch werd door de.. bakker globaal de Italiaanse.. techniek gevolgd.. Het woord.. , de naam voor het in.. uitgevonden dekglazuur, verbasterde men tot kwaart.. In tegenstelling tot het.. dat door dompeling werd opgebracht, werd kwaart voorzichtig over de beschildering gesprenkeld, omdat deze immers nog niet was vastgebakken.. zijn meestal voorzien van merken en monogrammen, waardoor het vaak mogelijk is de plaats van herkomst en de fabriek te bepalen en tot een datering te komen.. Het merk zit gewoonlijk onder de bodem en kan zijn ingekrast of ingestempeld dan wel in een.. onderglazuurkleur.. (zie bij porselein) met de hand of met een stempel zijn aangebracht.. Terwijl de merken de fabriek aanduiden, hebben de monogrammen betrekking op de.. schilders, die vaak in de fabriek, maar ook wel thuis werkten.. Ze brachten de contouren van de decoraties op door middel van een pons of spons, een doorgeprikte tekening die op het te beschilderen voorwerp werd gelegd.. Er werd houtskool overheen gestoven, zodat de voorstelling in zwarte spikkeltjes op het.. verscheen.. De spikkeltjes werden overgetrokken met penseelijnen, de trek.. De oudste decoratie is de.. slip-kras.. versiering, ook sgraffiato of.. graffito.. genoemd.. Een dunne laag slip, een kleurige leempap, werd daarbij op het ongebakken voorwerp aangebracht.. In de laag werd een decor gegrift, waardoor de andersgekleurde onderlaag zichtbaar  ...   gesticht, hield tot 1832 stand.. Vanaf 1751 werd het.. Brussels aardewerk.. van Jacques Artoisenet bekend.. Een Luxemburgse.. fabriek werd in 1767 door de gebroeders Boch gesticht; de productie bestond voornamelijk uit vaatwerk met bladermotieven en uit grote pronkstukken, zoals fonteinen, lampen, enz.. Noemenswaard zijn verder nog de fabrieken van.. Luik.. Kortrijk.. in de 18de eeuw, evenals de 19de eeuwse.. bakkerijen te Hoei en La Louvière.. Een zeer populair.. product was de wandtegel, die vooral onze kraakheldere vrouwelijke voorouders bijzonder aansprak.. Wandtegels werden vanaf het begin van de 16de eeuw in de Nederlanden geproduceerd.. De oudste exemplaren volgden de.. dan wel Italiaanse mode, waar de tegel als wandbekleding dan ook eerder bekend was.. Tegen de jaren dertig van de 17de eeuw kreeg de tegel zijn Hollandse aanzien:.. monochroom.. blauw en met zeer eenvoudige motieven.. De tegel, die tot in de 19de eeuw zeer populair bleef en ook in massa s werd geëxporteerd, kan met allerlei vaderlandse motieven beschilderd zijn: planten en bloemen, soldaten, ambachtslieden, spelende kinderen, bijbelse en mythologische voorstellingen, scheepjes, huisjes en molentjes.. Omdat de tegels dicht aaneengesloten tegen de wand werden gemetseld voorzag men ze van hoekornamenten.. De basisvorm van het hoekornament is de Franse lelie, die echter vaak onbegrepen werd geschilderd, waardoor benamingen als ossenkopje, bijtje en spinnenkopje ontstonden.. Onder invloed van het rococo werden de tegels in de 18de eeuw vaak.. paars, terwijl ook rococomotieven werden toegepast.. Gezocht, maar tegenwoordig over het algemeen zeer duur zijn tegeltableaus, die binnen speciale randtegels één geschilderd tafereel bevatten dat over een aantal tegels doorloopt.. Het oudste tableau zou uit 1503 dateren en werd in Italië gemaakt.. In de Zuidelijke Nederlanden verschenen de eerste tableaus halverwege de 16de eeuw, in het Noorden een halve eeuw later.. Ze waren meestal bestemd voor de achterwand van de haard.. De meeste tableaus dateren uit de late 17de eeuw en de 18de eeuw.. Beroemd zijn.. Delftse.. bloemenvaastableaus naar schilderijen van Rachel Ruys en Jan van Huysum, maar niet minder fraai zijn die met K ang-Hsi-motieven, ontleend aan Oosters porselein.. Zoals in de 15de eeuw Italiaanse.. bakkers naar Antwerpen trokken, zo kwamen ze ook in Frankrijk en Zuid-Duitsland terecht.. De Duitse.. industrie nam halverwege de 17de eeuw een grote vlucht en concurreerde met.. Naast modieuze Duitse beschilderingen kent men uitstekende imitaties van Chinees porselein.. In Frankrijk werden vooral.. Rouaan.. Moustiers.. beroemd.. Een product dat zich sterk onderscheidt van andere keramiek is steengoed.. De Fransen noemen het grès, de Duitsers spreken van Steinzeug en de Britten van stoneware.. Steengoed bestaat uit kleisoorten die een brandtemperatuur van 1150 tot 1350 °Celsius doorstaan, waarbij een zekere graad van sintering en verglazing wordt bereikt.. Het vormt de overgang tussen aardewerk en porselein.. Het bezit de harde en dichte scherf van porselein, maar is niet doorschijnend en zelden wit.. Bij oxiderend stoken worden scherf en glazuur geel tot bruin; bij reductie blauwgrijs.. In China werd al ruim 1000 jaar v.. steengoed gemaakt.. Het eerste Europese steengoed dateert van twintig eeuwen later.. Het werd aanvankelijk geglazuurd met leemglazuur, dat uit kalk- en ijzerhoudend slip bestaat, waaraan loodoxide werd toegevoegd.. Het steengoedglazuur bij uitstek werd echter het.. zoutglazuur.. Het werd verkregen door tijdens het bakken eenvoudigweg wat zout in de oven te werpen, waardoor sodadampen ontstonden die zich verbonden met het kiezelzuur in de kleimassa.. Het harde, doorzichtige.. is met de scherf versmolten.. In de 16de eeuw werd het steengoed fijner van uitvoering en werden kobaltblauwe decoraties aangebracht.. Ook verschenen toen reliëfversieringen uit de drukvorm; ze werden met kleipap bevestigd.. Ook werden vaak versieringen met stempels ingedrukt.. Het oudste Europese steengoed is het.. Rijnlandse steengoed.. ; in de omgeving van.. Siegburg.. werd in de 11de eeuw de geschikte klei gevonden.. Daar kwamen onder meer de bekende.. jakobakannetjes.. Schnellen.. vandaan.. Andere centra in het Rijnland werden.. Keulen.. , Frechen,.. Westerwald.. Raeren.. In het laatste kwart van de 16de eeuw werd.. , dat tegenwoordig in België ligt, het voornaamste centrum.. Aanvankelijk werd daar de lichtgrijze scherf voorzien van dekkend bruin.. en blauwe decoraties.. In de 17de eeuw liep de productie aanzienlijk terug, waarna er tot ver in de 19de eeuw op bescheiden schaal steengoed is gemaakt, onder meer jeneverkruiken.. In de 17de eeuw vestigde Jean-Baptiste Chabotteau in de provincie Namen een grèsfabriek.. In 1775 stichtte Nicolas Claudel een dergelijke fabriek in het bij Namen gelegen St.. -Servais.. Eveneens in de provincie Namen ligt Andenne, waar sinds 1784 grès werd geproduceerd onder de naam.. faience fine.. De producten uit Andenne zijn meestal eenvoudig van vorm en gedecoreerd met blauwe of zwarte ranken.. Andere steengoedfabrieken zijn er in de Nederlanden niet geweest.. De grote hoeveelheden steengoed die hier werden gebruikt kwamen uit het.. Rijnland.. of uit de omgeving van Neurenberg, dat vooral naam kreeg door de.. Hafner.. kruiken.. Een aparte plaats neemt het Engels aardewerk in, dat in de 19de eeuw veel fabrieken op het vasteland van de markt verdrong.. Te vergelijken met het continentale.. en een imitatie van het.. delftware.. Het werd sinds het midden van de 16de eeuw in Norwich geproduceerd en vervolgens ook in.. Lambeth.. Brislington.. Bristol.. Liverpool.. Na de komst van Hollandse vaklieden in 1676 werd het.. zeer goed geïmiteerd, zij het grover en dikker en overtrokken met een dunnere kwaart.. De decoratie bleef tot.. (zie bij porselein) beperkt; er werd niet.. gemoffeld.. Een uiterst belangrijke rol in de ontwikkeling van het Engelse aardewerk speelde het pottenbakkersgeslacht.. Wedgwood.. , sinds de 17de eeuw gevestigd in Burslem (.. Staffordshire.. Josiah.. (stichtte in 1768 de beroemde fabriek Etruria.. maakte in hoofdzaak twee soorten.. steengoed.. achtige producten met classicistische vormgeving, waarin hij door vele andere fabrieken in Engeland werd nagevolgd.. Zijn massaproduct was.. creamware.. , dat.. zelf de naam Queensware gaf.. Het is zeer hard met mooie, witte scherf en zacht roomkleurig glazuur.. De smaakvolle decoratie van dit zorgvuldig afgewerkte product kwam tot stand door middel van.. transfer-printing.. Het werd vooral in.. Leeds.. nagemaakt.. Dit was ook het geval met.. Wedgwoods pearlware.. , dat werd overtrokken met een met kobalt getint.. Pratt ware.. dat in.. (zie bij porselein) blauw, -groen, -okergeel, -oranjebruin en paarsachtig bruin is gestippeld of geponst; soms heeft het reliëfdecoraties.. Aardewerk-steengoed alfabetisch gedeelte..

    Original link path: /categorieen/aardewerk-steengoed/aardewerk-steengoed.htm
    Open archive

  • Title: Antiek Encyclopedie | Antiek Goud & Zilver
    Descriptive info: Antiek goud zilver.. Goud zilver.. Inleiding goud zilver.. Goud en Zilver.. Keurmeesters.. Algemene regels.. Overslag.. Vormgevende technieken.. Versieringstechnieken.. Kwabornamentiek.. Forceren.. Kerkelijke kelken / bekers.. Bokalen.. Zoutvaten.. Strooiers.. Tafelzilver.. Gelegenheidszilver.. Lampetkannen.. Thee- en koffieserviezen.. Speelgoed.. Goud en zilver hebben altijd een magische invloed op de mens uitgeoefend.. De steentijdmens zag in de rijke, warme glans van goud de versteende gloed van de zon; en in het koele, voorname zilver het tot vaste stof geworden maanlicht.. De heersers uit de bronstijd tooiden zich ermee, gaven het cadeau en lieten zich ermee betalen, en tot in onze tijd wordt aan het bezit van goud en zilver de welstand en de macht van een staat afgemeten.. Goud en zilver komen in de natuur niet voor in geheel zuivere toestand.. De verontreiniging bestaat meestal uit andere metalen, die bij het louteringsproces worden verwijderd.. Het gezuiverde edelmetaal wordt bewaard in baren, maar om het te verwerken zijn toch weer toevoegingen van andere metalen noodzakelijk.. Puur goud en zuiver zilver zijn te zacht en zouden in het gebruik slijten.. Meestal wordt goud gehard door vermenging met zilver en aan zilver wordt meestal wat koper toegevoegd.. Omdat men het gehalte, en dus de waarde van goud en zilver, niet zo maar op het oog kan vaststellen werden al in de oudheid waarborgtekens gebruikt die onder toezicht stonden van speciale ambtenaren.. Het oudste waarborgteken is de beeldenaar op munten.. In de middeleeuwse maatschappij behoorden het vaststellen van het gehalte en de controle erop tot de stedelijke privileges.. Ook het instellen van gilden was een stadsrecht.. Onder deze omstandigheden lag het voor de hand de controle in handen te geven van het gilde van de edelsmeden; het waren dan ook de decanen van dit gilde waaruit jaarlijks een keurmeester werd benoemd.. De beste bestrijding van eventuele ontduikers is altijd het systeem dat ontduiking voorkomt, en zo ontwikkelde men een methode van stempeling waarbij de herkomst van elk stuk tot bij de maker zelf kon worden nagegaan.. In Nederland is het oudste document dat daarop betrekking heeft een keur uit 1382 van de stad Utrecht.. Daarin heet het dat de keurmeester alleen stukken mocht merken met het stadsteken als deze waren voorzien van het meesterteken.. Dit meesterteken was het persoonlijke stempel van de maker; een door het afleggen van de gildenproef als meester ingeschreven vakman.. In de loop van de 15de eeuw werden ook de keurmeesters verplicht hun.. ponsoen.. erbij te slaan, een niet zo heel handige bepaling, want de keurmeesters waren ook nog praktiserend edelsmid.. De kans dat vroeg of laat beide meestertekens naast elkaar zouden verschijnen, maar dan het ene als.. decanaatsteken.. , lag voor de hand.. In 1503 volgde dan ook de maatregel die in deze leemte moest voorzien.. In het vervolg werd als.. een letter uit het alfabet gekozen, te beginnen met de A.. Na de Z begon men opnieuw, maar dan met een verschillend lettertype.. Het gebruik om elk jaar een nieuwe keurmeester aan te wijzen maakte dat de.. decanaatsletter.. praktisch dezelfde betekenis kreeg als een.. jaarletter.. , wat dan ook in het spraakgebruik zo werd opgevat.. Tot aan de opheffing van de gilden in 1798 bleef de.. echter gebonden aan personen, en daardoor onderhevig aan individuele lotgevallen zoals schorsing, ziekte en dood.. Daarom verschillen de.. jaarletters.. uit de gildentijd van stad tot stad, en alleen de notities in de gildenboeken kunnen in deze doolhof de weg wijzen.. Het vervelende is alleen dat die gildenboeken weg zijn.. Een door het Frans-Hollandse bewind genomen maatregel - die een eind moest maken aan het lijdelijke verzet van de keurmeesters van de voormalige gilden tegen nieuwe voorschriften - eiste in 1807 vernietiging van alle gildenbescheiden.. De keuring werd nu in handen gegeven van departementale waarborgkantoren.. Daardoor zijn de oorspronkelijke gegevens grotendeels verdwenen of zoekgeraakt, en datgene wat ons nu nog ten dienste staat is voor een belangrijk deel te danken aan de speurarbeid van Elias Voet.. Zijn Nederlandse goud- en zilvermerken is dan ook een veel geraadpleegde vraagbaak.. Goud- en zilvermerken van Voet geeft een overzicht van Nederlandse goud- en zilvermerken vanaf de vijftiende eeuw.. Het overzicht is geordend op plaatsnaam en bevat vele afbeeldingen van merktekens.. De heer Elias Voet (1868-1940) maakte omstreeks 1890 in Nederland een begin met het rubriceren van de namen van goud- en zilversmeden, meestertekens en gildestempels.. Gans heeft aan dit werk een vervolg gegeven.. Klik hier om alle boeken over antiek zilver te bekijken.. Algemene regels.. Wat in de gildentijd nog wel werd onderworpen aan algemene regels was het aangeven van het gehalte.. In de Zuidelijke Nederlanden gebeurde dat in 1603.. Bij eerste gehalte werd hier voortaan - naast het gekroonde.. stadsteken.. - de eveneens gekroonde beginletter van de (Franse) naam van de stad ingeslagen.. Dit systeem werd in Nederland door sommige steden (bijv.. Nijmegen) overgenomen.. In 1663 stelden de staten van Holland en Westfriesland eveneens uniforme regels vast, waarbij.. eerste of groot keur.. werd gesteld op 934,.. tweede of klein keur.. op 833, en het.. grote keur.. aan te duiden met de provinciale leeuw, het wapen van Holland met de klimmende leeuw.. In 1695 volgde Friesland, in 1696 Zeeland en in 1712 Utrecht.. Omdat het Utrechtse stadsteken identiek is aan het provincieteken kon het gilde van de stad Utrecht volstaan met het tweemaal inslaan van het.. De steden in de overige provincies van de Zeven Verenigde Nederlanden bleven hun eigen gebruiken volgen, bijv.. tweemaal het.. of.. meesterteken.. of een speciaal teken voor.. groot keur.. Kampen sloeg bijv.. GK achter het.. , Arnhem de letters HOL (Hollandse standaard, dus 934).. Met stukken van vóór de Franse tijd komt men daarom dikwijls niet veel verder dan het vaststellen van het gilde (de stad), en aan de hand van de stijl een ruwe schatting van de periode van ontstaan.. Verder kan men nog een tweede jaarletter aantreffen, gevolg van de schatplicht die de Fransen in 1795 Holland, Zeeland en Utrecht oplegden.. Alles wat geen tafelzilver was moest worden ingeleverd, of de waarde ervan in contant geld neergeteld.. Op het vrijgekochte stuk kwam dan de in dat jaar geldende jaarletter van het desbetreffende gilde te staan.. Overslag.. Wanneer nieuwe merken over de oude zijn heengeslagen spreekt men van overslag.. Voorbeelden hiervan zijn.. belastingmerken.. die na overheidscontrole werden aangebracht, evenals invoerstempels.. kashoudersmerk.. is een overslag; het werd in de 18de en 19de eeuw aangebracht door winkeliers die werkstukken van edelsmeden doorverkochten.. De door goud- of zilversmid gehanteerde technieken kunnen ruwweg worden onderscheiden  ...   nautilus-, struisvogelei-, muntenbekers en drinkhoorns.. Tot de bokalen kan men ook de.. snakerijen.. rekenen, die sinds de 16de eeuw in zwang waren.. Deze maakten deel uit van min of meer boertige drinkgebruiken, die tot doel hadden de drinkers meer te laten zwelgen dan ze konden verdragen.. Populaire.. in onze streken waren.. drink-uit.. Hansje-in-de-kelder.. molenbeker.. stortebeker.. Jungfrauenbecher.. dobbel.. dubbelbeker.. Ze vonden navolging in de zogenaamde kulglazen.. Een bijzonder curieus soort bokalen zijn de bokalen in dierengedaante, die voor het grootste deel afkomstig zijn uit Augsburg en Neurenberg.. Men zou deze groep het best kunnen omschrijven als surprisebokalen, want pas nadat de kop is afgelicht blijkt dat men er uit kan drinken.. De kostbaarste variant vormen de.. trinkspiele.. , mechanische figuren die men kon laten rondrijden op tafel.. Er bestonden ook.. Trinkschiffe.. op wieltjes, maar die moesten worden voortgeblazen.. Van imposante afmetingen waren de.. gildenbokalen.. (Willkomm), die in plechtig ritueel werden geheven bij de intrede van een nieuwe gezel of gildenbroeder.. De bokalen, bekers en kannen uit gildenbezit brengen op vaak amusante wijze het handwerk van de broederschap in beeld.. Dit geldt zeker voor de bokalen van de Duitse wijnbouwersverenigingen in de vorm van een korfdrager, de.. Büttenmänner.. en -weibchen.. Minder reusachtig, maar toch meestal wel kloek zijn de.. flapkannen.. drinkkannen.. Het verschil tussen beide ligt louter in de afmetingen.. drinkkan.. is tweemaal zo hoog als breed; bij de.. flapkan.. zijn hoogte en breedte vrijwel gelijk.. Beide hebben een handvat met deksel in de trant van Duitse bierpullen en een geprofileerde voet.. Het deksel diende om de warmte vast te houden, aangezien wijn en ook bier meestal warm werden gedronken.. Vaak gaat het om kannen van.. porselein.. met zilveren deksel en montuur.. Aan tafel nam het zoutvat in de middeleeuwen een belangrijke plaats in; het vervulde naast zijn eigenlijke functie ook een symbolische.. Het grote, ceremoniële zoutvat stond vóór de heer des huizes of vóór de eregast op tafel; hieruit werden de kleinere zoutvaten gevuld.. Tegen het einde van de 17de eeuw werd het een zuiver gebruiksvoorwerp.. Het bleef open en kreeg nooit de vorm van een strooier.. Vooral klosvormen kwamen toen voor en tijdens het rococo ook schelpvormen op pootjes.. Kort voor 1800 kwamen ronde en ovale zoutpothouders in de mode; deze waren.. ajour.. bewerkt en droegen een blauwglazen binnenbakje.. Strooiers.. Tot de verzamelobjecten behoren de strooiers voor specerijen en suiker, van een vorm die men vroeger meestal poivrière of.. peperbus.. noemde.. De dop was van gaatjes of decoratief.. ajourwerk.. voorzien.. Aanvankelijk hadden ze een cilindrisch lichaam met een gewelfde dop die door middel van een bajonetsluiting was bevestigd.. Kort na 1700 werden ze balustervormig op lage voet; naast ronde waren er zes- en achtkantige.. De hooggewelfde schroefdoppen kregen een bekroning in de vorm van een baluster, vaasje of eikel.. Tijdens het rococo werden de gladde wanden van vroeger opgevrolijkt met getorste (spiraalvormig gedraaide) plooien.. Tijdens het classicisme kende men ronde, ovale en ook urn- en vaasvormige strooiers.. Tot 1700 kwam mosterd uitsluitend in poedervorm voor; daarna werden vaatjes gebruikt als voor zout, waarbij in het dekseltje een uitsparing werd gelaten voor een lepeltje.. Rond 1800 ontstond de.. bewerkte mosterdpothouder met glazen bakje en deksel.. Tonvormige mosterdpotten waren in Engeland zeer in de mode.. Tafelzilver.. Van het tafelzilver is de lepel de oudste vertegenwoordiger.. Messen dienden eeuwenlang slechts om vlees voor te snijden en gebak te verdelen.. In de 16de eeuw raakte in Italië de vork in de mode; de rest van Europa volgde langzaam.. Na de tweetandige vork verscheen de drietandige.. In de 17de eeuw was het meestal nog de gewoonte dat men z n eigen eetgerei bij zich had; het tafelmes zat toen vaak in een apart vakje aan de schede van zwaard of dolk.. Dit betekent dat lepels, vorken en messen aanvankelijk slechts als losse exemplaren voorkwamen.. Wel konden ze met zijn drieën een bestek vormen, dat in een doos, etui of koker naar een diner werd meegenomen.. Pas in de 18de eeuw, toen ook volledige tafelserviezen in gebruik kwamen, maakte men meerdelige bestekken die er in stijl bijpasten.. Naast groot bestek ontstond klein, zoals dessertzilver, vruchtenmesjes, soep-, groente-, aardappel- en vislepels.. Geboortelepels en.. apostellepels.. behoren tot het gelegenheidszilver; ze werden aan pasgeborenen geschonken.. Ze hebben een ronde bak en een cilindrische, ruitvormige of gevlochten steel, die bekroond wordt door een knopornament.. De lepelbak werd over het algemeen gegraveerd.. De knopornamenten, die aanvankelijk zeer eenvoudig werden uitgevoerd, maakten in de 17de eeuw plaats voor heiligenfiguren, allegorische voorstellingen en in de 18de eeuw ook voor paarden, koeien, molens, scheepjes en ander fraais.. Apostellepels.. werden ook wel als siergoed gekocht in reeksen van 13: twaalf voor de apostelen en één voor Christus.. Lampetkannen.. Tot het midden van de 18de eeuw stond op de schenktafel een.. lampet.. lampetkan.. , vaak van tin, maar ook wel van zilver.. Samen met de bijbehorende schotel diende deze kan om de aanzittenden in de gelegenheid te stellen de handen af te spoelen.. Pas toen de vork ingeburgerd was en het met de handen eten als ongemanierd werd beschouwd, verdwenen de meeste lampetkannen in de smeltkroes.. In de 19de eeuw werden voor de toen in de mode komende wastafels opnieuw lampetstellen gemaakt, nu echter van porselein.. De eerste zilveren thee- en koffieserviezen ontstonden in de 18de eeuw.. Het theeservies bestond behalve uit de theepot uit het (vaak afsluitbare) theebusje of theekistje, de suikerpot, de spoelkom en het melk- of roomkannetje.. Vaak werd een bijpassend blad gemaakt, het cabaret.. Een afzonderlijke verzamelgroep vormt het zilveren speelgoed dat vooral vanaf de 18de eeuw werd gemaakt.. Het bestaat uit allerlei huishoudelijke voorwerpjes en meubeltjes die in poppenkamers en poppenhuizen werden gebruikt.. De voorwerpjes werden bijzonder fraai uitgevoerd, zowel gedreven als gegoten; ze waren toen al zeer kostbaar.. In de 19de eeuw, toen de.. etagère.. in zwang kwam, steeg de behoefte aan dit miniatuur zilverwerk aanzienlijk.. etagèrezilver.. werd echter al spoedig volledig machinaal vervaardigd, waarbij de kwaliteit sterk achteruitliep.. Ieder land en vaak iedere streek heeft z n eigen zilverstijlen gekend.. Vooral het.. Friese zilver.. had een strikt eigen karakter.. In de 18de eeuw werden vooral fijne bloem- en bladmotieven toegepast.. Kenmerkend is ook de afwisseling tussen de gladde profielen op de gematteerde ondergronden.. De ornamentiek is over het algemeen rijker dan van het Hollandse zilver en het drijfwerk dieper en sterker geprofileerd.. Tot het specifieke.. behoren de.. knottenkistjes en -doosjes.. brandewijnlepels en -kommen.. en de peervormige, van onder afgeplatte theepotten.. Goud zilver alfabetisch gedeelte..

    Original link path: /categorieen/goud-zilver/goud-zilver.htm
    Open archive

  • Title: Antiek Encyclopedie | Antiek brons-koper-ijzer
    Descriptive info: Antiek brons-koper-ijzer.. Brons-koper-ijzer.. Inleiding Brons-Koper-IJzer.. Koperlegeringen.. Gieten van brons.. Bronzen kunstwerken.. Patina op brons.. Brons gebruiksvoorwerpen.. Chinees brons.. Geslagen koperwerk.. Oud messing.. IJzer.. Smeed- en gietijzer.. Gietijzeren haardplaten.. Metaal werd voor het eerst ontdekt in de steengroeven en rivierbeddingen waar de steentijdmens zocht naar materiaal voor gereedschap.. Het vroegste metalen gereedschap stamt uit het vijfde millennium v.. Het bestaat uit koper en werd gevormd door het te bewerken met de hamer.. Door dit zgn.. koudhameren werd koper - van nature een tamelijk week metaal - bovendien gehard.. Het smeltpunt van koper ligt rond de 1100°C.. Ovens waarmee men een dergelijke hitte kan bereiken kon men kort voor 3000 v.. al bouwen.. Men kon nu koper winnen uit erts en ontdekte ook al spoedig dat koper aanzienlijk betere eigenschappen verkrijgt (harder wordt, tijdens het koudhameren minder geneigd is tot barsten en minder onderhevig aan corrosie), wanneer men het vermengt met tin.. Dit nieuwe metaal, het brons, heeft in de 2000 jaar die het zou duren voordat men voor gereedschap overging op ijzer, zich bewezen als een bij uitstek aristocratisch metaal.. Het begunstigde de heersers van de bronstijd door de mogelijkheid wapens te maken die hen superieur maakten over de steentijdvolkeren om hen heen.. Maar een zeis of ploegijzer is er nooit van gesmeed.. Onder de andere koperlegeringen uit de oudheid neemt messing de voornaamste plaats in.. Het bestond uit een legering van koper met kalmei (zinksilicaat).. Als metaal werd zink pas in 1746 verkregen door reductie van kalmei met koolstof.. In vermenging met zink krijgt koper een gele kleur, waardoor men in plaats van messing vaak spreekt van geelkoper.. Terwijl brons in de latere geschiedenis vooral werd gebruikt voor het fijnere gietwerk werd messing toegepast voor het grovere gietwerk (.. dinanderie.. ) en om te worden geplet en gedreven.. De uitvinding van de pletmolen in 1696 maakte het mogelijk koperplaten langs mechanische weg te verkrijgen.. Beneden een dikte van 0,3 mm spreekt men van bladkoper, beneden een dikte van 0,1 mm van latoenkoper.. Bladkoper werd vaak gebruikt ter bekleding van kistjes en dozen, latoenkoper werd in de 19de eeuw veel gebruikt voor versieringen van goedkope klokken.. De term tombak wordt gebruikt voor een alliage tussen koper en een kleine hoeveelheid zuiver zink, dat in de tweede helft van de 18de eeuw veel werd gebruikt in de knopenindustrie.. Mannheimer goud is een alliage uit het begin van de 18de eeuw waarin naast zink ook tin in het koper werd gemengd.. Zij die met koperalliages werkten, sloten zich tijdens de middeleeuwen bij gilden aan.. Uit oude gildenkeuren duiken benamingen als geelgieter, roodgieter en koperslager op.. Het gieten van brons was aanvankelijk een vrij eenvoudige techniek.. De gietvorm werd in steen gehouwen en vol vloeibaar brons gegoten.. Het ging daarbij om een zogenaamde open gietvorm, dus om een uitholling in een vlakliggende steen.. Later leerde men met twee gietvormen te werken, die tegen elkaar werden geplaatst.. Na het afkoelen van het brons werden de vormen van elkaar gehaald en kwam het werkstuk vrij.. Dit waren uitsluitend zware, massieve voorwerpen.. Een volgende stap was die, waarbij lemen vulstukken in de gietvormen werden aangebracht, wat het vervaardigen van holle werkstukken mogelijk maakte.. Een heel wat ingewikkelder techniek, die al in de oudheid werd ontwikkeld, is die van het.. , wat letterlijk verloren was betekent.. In het Nederlands zeggen we liever.. verloren vorm.. Bij de cire perdue-techniek maakt men een vuurvaste, meestal lemen kern, die grofweg de vorm van het uiteindelijke werkstuk krijgt.. Daarop modelleert men de vorm van het voorwerp in was, een voor dit doel bijzonder geschikt materiaal waarvan de fijnste details haarscherp kunnen worden geboetseerd.. Zodra de was is gehard, steekt men aan verschillende kanten metalen pennen in het boetseerwerk; die iets blijven uitsteken.. Daarna wordt het werkstuk eerst met dunne en dan met dikke leem overtrokken; deze mantel moet enige tijd drogen.. In de leemmantel maakt men enkele kanalen, die zullen dienen als uitlaat voor was en lucht.. In het gietkanaal bovenin wordt vloeibaar brons gegoten.. De waslaag tussen de kern en de mantel smelt en de was stroomt door de afvoerkanalen weg.. Kern en mantel worden door de ingebrachte pennen van elkaar gescheiden gehouden.. Het brons neemt de plaats van de was volledig in en krijgt de kans langzaam af te koelen.. Na afkoeling wordt zowel de leemmantel als de kern weggebroken en komt het dunwandige werkstuk vrij.. Omdat het oorspronkelijke model bij dit procédé verloren gaat, is er sprake van een unicum.. Het werkstuk wordt bijgewerkt door het te.. , zoals dat ook bij goud en zilver gebeurt.. De oneffenheden die zijn ontstaan bij de gietopeningen en de pennetjes die tijdens het gieten kern en mantel gescheiden hielden, worden weggevijld.. Aan de binnenzijde blijven de pennetjes meestal zichtbaar, waardoor ze een kenmerk vormen van voorwerpen die via de.. -methode tot stand zijn gekomen.. Het oppervlak wordt na het ciseleren gepolijst.. De cire perdue-techniek werd en wordt nog steeds  ...   groene verweringslaag vormt.. Onvertind koperwerk werd dan ook vooral vóór het gebruik grondig met zand geschuurd.. In messing werden vaak.. offerschalen.. voor de kerk uitgevoerd, maar ook wandborden voor de pronkkamer.. Dergelijke borden zijn vaak voorzien van gedreven taferelen en ingehamerde patronen.. Veel oud messing wordt aangeduid als.. Dinant, aan de Maas in Begië, had al in de Romeinse tijd een bloeiende messingindustrie.. Sinds de 12de eeuw nam de stad een monopoliepositie in, hoewel ook in plaatsen als Namen, Luik, Hoei, Mechelen, Leuven en Doornik veel messing werd gemaakt.. Sinds de middeleeuwen werd de term dinanderie in het Franse taalgebruik gebruikt voor alle gebruiksgoed van messing, ongeacht of het uit België of uit andere oude centra zoals Lyon, Milaan of Duitsland afkomstig was.. In 1466 werd Dinant door hertog Filips de Goede verwoest, een klap die de geelgieters nooit meer te boven zijn gekomen.. Velen van hen vestigden zich onder meer in Aken, Maastricht en zelfs in Engeland.. De meeste.. is niet ouder dan de 15de of 16de eeuw.. Veel wat erop lijkt is echter helemaal niet zo oud, want na de Eerste Wereldoorlog, toen er rond de slagvelden een levendige handel ontstond in messing granaathulzen, werd de oude dinanderie op grote schaal nagemaakt.. Vooral de.. van deze dinandiers lijken bedrieglijk echt.. Eenvoudige bronzen en messing voorwerpen vormen tegenwoordig veelal het jachtwild van de kleine verzamelaar.. Zo bestaan er schitterende verzamelingen van geelkoperen uniformknopen (meestal Duits fabrikaat) en tabaksdozen (vanaf de 19de eeuw en meestal Brits).. Gezocht worden ook de bronzen metrieke gewichten, die sinds de invoering van de ijkwetten in 1820 van jaarlijks wisselende ijkmerken werden voorzien.. Een metaal dat de laatste jaren ook steeds meer in de belangstelling van de antiekverzamelaar komt te staan is ijzer.. Het is nog niet zo lang geleden dat antiquairs hun neus voor dit metaal ophaalden, behalve als het om antieke wapens of wapenrustingen ging.. Dat men het ijzer zo lang verguisd heeft, vindt ongetwijfeld zijn oorzaak in het ontbreken van een mooie glans, zoals bij goud en zilver, en het mankeren van een gloedvol patina, zoals bij brons en tin.. Oud ijzer is meestal sterk geroest en aangevreten, wat het bepaald onaantrekkelijk maakt.. Maar zorgvuldig gereinigd en tegen roest behandeld heeft ijzer toch vaak een eigen charme want men heeft uit dit weerbarstige materiaal eeuwenlang de fraaiste vormen weten te smeden.. IJzer heeft een betrekkelijk hoog smeltpunt: omstreeks 1530° Celsius.. Het vereiste daarom heel wat vakmanschap en kracht om het te bewerken.. In zuivere vorm is het onbruikbaar; het krijgt echter uitstekende eigenschappen wanneer het koolstof bevat.. Aangezien ijzererts wordt gesmolten door het in gloeiende steenkool te sinteren, zal ijzer altijd wat koolstof bevatten.. Het ijzer-koolstofmengsel noemt men staal.. Het wordt op twee manieren toegepast: gegoten en gesmeed.. Gietijzer bevat veel koolstof, terwijl smeedijzer - of beter: smeedstaal - daar weinig van bevat.. Het zijn vooral de boeren die eeuwenlang veel ijzer hebben gebruikt.. Ook de ijzeren gereedschappen van ambachtslieden die in vroegere eeuwen een zelfstandige nering dreven, kunnen interessante verzamelingen opleveren.. Maar daarnaast hebben toch ook uiterst kunstzinnige producten de smederijen van weleer verlaten.. Schitterende ijzeren geldkistjes, ajour bewerkte sloten, fraaie kaarsenkronen en stijlvolle hekwerken bewijzen dat menig smid in artistiek opzicht niet onderdeed voor de bronsgieter en koperslager.. Doodgewone huishoudelijke voorwerpen van ijzer, zoals.. vuurbokken.. en -.. stolpen.. , bakijzers,.. treeften.. vuurhalen.. kunnen in al hun eenvoud bijzonder mooi zijn en getuigen van een bewonderenswaardig vakmanschap.. Behalve het gewone smeedijzer kende de smid ook het temperijzer of smeedbaar gietijzer, dat zijn smeedbaarheid dankte aan een bijzondere hittebehandeling.. Hierbij werd het gietijzer herhaald uitgegloeid, al dan niet onder toevoering van zuurstof.. Het verloor daarmee de brosse eigenschappen van gewoon gietijzer en kon met de smeedhamer worden bewerkt.. Gietijzeren haardplaten.. Antiek gietijzer wordt in de antiekhandel niet zo vaak aangetroffen, om de simpele reden dat het niet zo vaak werd gebruikt.. Een belangrijke uitzondering is de gietijzeren.. haardplaat.. Deze werd vanaf het einde van de 15de eeuw ter bescherming van het metselwerk tegen de achterwand van de hoge, open stookplaats aangebracht.. Omdat de plaat niet gesmeed maar gegoten werd, was het een kleine moeite om reliëfversieringen aan te brengen.. De plaat werd gegoten in een open bekisting, die met vormzand werd bekleed.. In het vormzand werd de decoratie met behulp van een model aangebracht.. De oudste haardplaten vertonen meestal heraldische decoraties.. Later werden vooral bijbelse, mythologische en allegorische taferelen populair.. De meeste haardplaten werden in het hertogdom Luxemburg gemaakt.. Ook Duitsland, Zwitserland, Frankrijk en Engeland telden grote gieterijen.. Toen in de 18de eeuw de lage, Franse schoorsteenmantel met.. vuurkorf.. in de mode kwam, moest de haardplaat zijn decoratieve functie afstaan aan de.. chenets.. , doofpotten en ander koperwerk.. In de 19de en 20ste eeuw zijn vooral in België haardplaten nagegoten die te herkennen zijn aan het vage reliëfwerk dat, omdat het werd nagegoten van gedeeltelijk aangevreten originelen, niet zo mooi gestoken is als de echte antieke exemplaren.. Brons/Koper/IJzer alfabetisch gedeelte..

    Original link path: /categorieen/brons-koper-ijzer/brons-koper-ijzer.htm
    Open archive



  •  


    Archived pages: 115